ESB (10 juni 2022), vakblad voor economen

Drie vooraanstaande wetenschappers pleiten voor prijsregulering in het nieuwe stelsel voor kinderopvang. Janneke Plantenga (hoogleraar aan de Universiteit Utrecht), Paul Leseman (hoogleraar Universiteit Utrecht) en Thomas van Huizen (universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht) geven aan waarom kansengelijkheid, naast investeringen in de kinderopvang, ook prijsregulering vereist.

In een helder wetenschappelijk artikel zetten de Plantenga, Leseman en Van Huizen uiteen dat kinderopvang van grote waarde is voor de ontwikkeling van kinderen. “Een belangrijk nadeel van het huidige stelsel is echter dat de samenwerking met publieke organisaties, zoals met het onderwijs en de jeugdzorg, wordt gehinderd door wettelijke en ideologische obstakels. Dit zal des te meer gaan knellen naarmate de kinderopvang een meer kindgerichte voorziening wordt, en wanneer de kinderopvang bijna volledig met publiek geld wordt gefinancierd” aldus de wetenschappers. Zij wijzen op het regeerakkoord dat grote veranderingen belooft in de financiering van kinderopvang. “In stappen verhogen we de vergoeding van de kinderopvang tot 95% voor werkende ouders voor kinderen tot 12 jaar. De toeslag wordt straks direct uitgekeerd aan kinderopvanginstellingen zodat ouders niet meer worden geconfronteerd met grote terugvorderingen.” (Coalitieakkoord, 2021).

Risico sterke prijsverhoging: 

De wetenschappers stellen: “Met de invoering van de kabinetsvoorstellen wordt het vergoede maximum-uurtarief veel minder dwingend voor de feitelijke prijsstelling. De forse toename in de subsidie zal de vraag vergroten en de brutoprijs (en daarmee de eigen bijdrage) doen stijgen, zeker in combinatie met grote personeelstekorten. De maatregel heeft daarom een sterk denivellerend effect: de eigen bijdrage voor de hogere inkomens daalt, terwijl de eigen bijdrage voor de lagere inkomens stijgt vanwege het algemene prijsopdrijvende effect van de subsidie. Het meest waarschijnlijke resultaat zal dan zijn dat de midden- en hoge inkomensgroepen eerder en intensiever gebruik gaan maken van kinderopvang, terwijl de kinderopvang minder toegankelijk wordt voor de laagste inkomens door verdringing en hogere kosten. Ook kan er een zekere segmentatie van de markt ontstaan, met een rijker dan wel een schraler aanbod, al naar gelang de koopkracht van de ouders. Beide effecten – een hogere financiële drempel voor de laagste inkomensgroepen en segregatie – zijn strijdig met de zelfverklaarde ambitie van het kabinet om de kansengelijkheid te vergroten.” “Het niet-reguleren van de prijs heeft echter als serieus risico een sterke prijsverhoging, en daarmee een verlaging van de toegankelijkheid voor de lage inkomens, dan wel een ongelijke toegang tot een hoge kwaliteit.”

Oplossing:

De oplossing die de wetenschappers benoemen is de volgende; “Deze ontwikkeling kan worden gepareerd door de prijs te reguleren (zoals voorgesteld in scenario 3 van de scenariostudie SVK-rapport). Dat betekent dat ouders niet geconfronteerd kunnen worden met extra toeslagen, en dat kinderopvangorganisaties bijna volledig door de overheid voor hun kosten worden vergoed. In de scenariostudie worden er geen grote problemen gezien bij een volledige prijsregulering in een markt met private aanbieders: “Met deze vorm van tariefregulering kan de kinderopvang voor ouders gratis worden aangeboden, en een (gereguleerde) markt van private organisaties behouden blijven, met de voordelen die daarbij horen (flexibel, innovatief en dienstverlenend).” (SZW, 2020).

Toekomstperspectief:

De wetenschappers kijken ook vooruit en schetsen hoe belangrijk het is om het toekomstperspectief voor ogen te houden en het nieuwe stelsel zó in te richten, dat uitbreiding vanuit scenario 2 naar scenario 3 en 4 zo spoedig mogelijk gerealiseerd kan worden, zodat de kansengelijkheid wordt gediend: “De scenario’s drie en vier (SVK-rapport) lijken beter aan te sluiten bij de ambitie van dit kabinet om de kansengelijkheid te vergroten en de kinderopvang meer vorm te geven als een dienst aan kinderen. In die scenario’s komt de arbeidseis te vervallen en richt de kinderopvang zich op alle kinderen, onafhankelijk van de arbeidsmarktparticipatie van de ouders. Tevens worden de bestaande kwaliteitseisen aangevuld “met een aantal eisen gericht op de ontwikkeling van het kind, zodat alle kinderopvangorganisaties meer ontwikkelingsgericht gaan werken, zoals nu al gebeurt in de voorschoolse educatie” (SZW, 2020).

Private equity:

Wat betreft de rol van de Private Equity stellen de wetenschappers: “Gegeven het maatschappelijk belang van kinderopvang is de rol van private equity in deze sector ongemakkelijk. Het meest geruchtmakend was het faillissement (en de doorstart) van Estro in 2014, waarbij circa duizend medewerkers betrokken waren. En ook nu is de private equity bezig met een opmars. In totaal wordt het aandeel in de sector op vijftien à twintig procent geschat (FD, 2022). Wanneer kinderopvang (bijna) gratis wordt, wordt de rol van de private equity nog ongemakkelijker: een grotendeels met belastinggeld gefinancierde sector zou geen winsten moeten uitkeren aan investeringsmaatschappijen. Vooral in de eerste jaren van de transitie zal de vraag veel groter zijn dan het aanbod, en zijn hoge winsten niet uit te sluiten. Een mogelijke oplossing is een winstverbod (zoals voorgesteld in scenario vier van de scenariostudie).”

Reguleren van de prijs:

De wetenschappers geven zeer duidelijk aan: “Reguleren van de prijs is nodig om ongewenste neveneffecten te voorkomen. Hoe verder de feitelijke uurprijs verwijderd is van het door de overheid vergoede maximum-uurtarief, hoe duurder en ontoegankelijker de kinderopvang voor de lagere inkomens wordt. Het reguleren van de prijs maakt de markt ook minder aantrekkelijk voor private equity. En zonder prijsregulering zou de ambitie van goed toegankelijke voorzieningen voor álle kinderen steeds verder uit het beeld raken.”

Rijke schooldag:

Tenslotte wijzen de wetenschappers ook op de samenwerking met publieke organisaties: “Een  aanbeveling is om het plan voor een ‘rijke schooldag’ (begeleiding bij huiswerk, sport en cultuur in samenwerking met plaatselijke verenigingen en bibliotheken) serieus te nemen, en nu echt werk te maken van de samenwerking tussen kinderopvang, zorg en onderwijs. Een samenwerkingsperspectief, waarbij overheid en kinderopvangsector op lokaal, regionaal en nationaal niveau samenwerken als gelijkwaardige partners, lijkt hierbij het meest geëigend te zijn. Daarbij past ook een andere visie op het ondernemerschap – een ondernemerschap dat minder gericht is op winsten, en meer gedreven wordt door de maatschappelijke waarde van kinderopvang (Leseman en Plantenga, 2021)”

Lees hier het hele artikel: Download het artikel (PDF)

Lees hier wat NRC schrijft over dit ESB-artikel

Deel dit nieuwsbericht