Het landelijk rapport gemeentelijke taakuitvoering kinderopvang-onderwijs is op 27 november 2025 gepubliceerd door Inspectie van het Onderwijs samen met het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap. Het documenteert hoe gemeenten hun wettelijke taken op het gebied van kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie, onderwijsachterstanden en nieuwkomersonderwijs uitvoeren. Het doel is om zowel de Kamer als beleidsmakers en samenwerkingspartners te informeren over de voortgang, kwaliteit en knelpunten in de uitvoering.
VVE
Uit het rapport blijkt dat gemeenten hun taken in de basis goed uitvoeren en dat de samenwerking tussen kinderopvang, VVE-aanbieders en scholen steeds beter verloopt. Op het gebied van toezicht en handhaving laat de kinderopvangsector positieve ontwikkelingen zien: volgens de inspectie voldoen de meeste gemeenten aan hun verplichtingen, wat een solide basis biedt voor kwaliteit en veiligheid binnen de voorzieningen. Daarnaast registreren en monitoren veel gemeenten het aanbod en bereik van VVE, waarbij ongeveer twee derde tevreden is over de kwaliteit van hun monitoringssystemen. Het aandeel gemeenten dat voldoende kindplaatsen biedt voor doelgroeppeuters (kinderen voor wie extra ondersteuning via VVE nodig is) bleef stabiel en ligt rond de twee derde.
Aandachtspunten
Toch zijn er ook aandachtspunten. Niet alle groepen kinderen maken in dezelfde mate gebruik van kinderopvang. Kinderen van ouders in lage inkomensgroepen maken minder gebruik van de kinderopvang. Dit terwijl de positieve effecten van kinderopvang juist het duidelijkst zijn bij kinderen die opgroeien in minder gunstige omstandigheden, zoals in gezinnen met een laag inkomen of met ouders die niet werken. Tegelijkertijd ervaren juist deze gezinnen financiële, culturele en praktische drempels om gebruik te maken van de kinderopvang. Omdat de kinderopvang kan bijdragen aan de ontwikkeling van veel kinderen, maakt de inspectie zich hier zorgen over. Daarom vraagt de inspectie aandacht voor het vergroten van de toegankelijkheid voor de kinderen van ouders uit de laagste inkomensgroepen.
Onvolledig beeld
Daarnaast zijn niet alle kinderopvanglocaties in 2024 onderzocht, waardoor er onvolledigheden ontstaan in het zicht op kwaliteit en naleving van veiligheidsnormen. Met name binnen het toeleidings- en plaatsingsproces van VVE zijn er volgens het rapport nog veel onduidelijkheden. Dit kan de toegankelijkheid van het aanbod en de kansengelijkheid van jonge kinderen belemmeren. Daarnaast weten gemeenten te weinig over de omvang, kenmerken en mate van bereik van doelgroepkinderen. Dit maakt het lastig om gerichte keuzes te maken en ondersteuning optimaal in te zetten.
Conclusie
De algemene conclusie luidt dat gemeenten vooruitgang boeken in de wijze waarop zij hun wettelijke taken uitvoeren en samenwerken met partners in de sector. Tegelijkertijd is er structureel meer regie en gegevens nodig om kansengelijkheid te versterken en kwaliteit te borgen. Het rapport schetst daarmee een genuanceerd beeld: de basis is op orde, maar de opgaven om tot duurzaam, gelijkwaardig en kwalitatief sterk beleid te komen zijn nog significant.