BMK vraagt Onderwijsraad om bredere blik op ontwikkeling van kinderen
De Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) heeft een bijdrage geleverd aan het werkprogramma 2027–2028 van de Onderwijsraad. Met deze inbreng vraagt de BMK nadrukkelijk aandacht voor een fundamenteel uitgangspunt: de ontwikkeling van kinderen is geen opgave van één sector, maar een gezamenlijke pedagogische opdracht.
In de praktijk komen vraagstukken rond kansengelijkheid, welzijn, inclusie en personeelstekorten steeds vaker samen in de dagelijkse praktijk van kinderopvang en onderwijs. Tegelijkertijd is beleid nog vaak georganiseerd langs sectorale lijnen. Juist daar ligt een belangrijke opgave. Om die reden heeft de BMK zes strategische adviesvragen meegegeven aan de Onderwijsraad:
1. De pedagogische basis als fundament
De BMK vraagt aandacht voor het versterken van de pedagogische basis: de dagelijkse leef- en ontwikkelomgeving van kinderen, waarin gezin, kinderopvang, onderwijs en wijk samenkomen. Door hier sterker op in te zetten, kan eerder en preventiever gewerkt worden aan ontwikkeling, welzijn en kansengelijkheid.
2. Van onderwijsstelsel naar ontwikkelstelsel (0–18 jaar)
De huidige scheidslijnen tussen kinderopvang en onderwijs sluiten onvoldoende aan bij hoe kinderen zich ontwikkelen. De BMK pleit voor een samenhangend ontwikkelstelsel met een doorgaande lijn van 0 tot 18 jaar, waarin deze sectoren beter op elkaar aansluiten.
3. Toegankelijkheid en kansengelijkheid
Nog te vaak bereiken voorzieningen juist die kinderen niet die er het meeste baat bij hebben. De BMK vraagt de Onderwijsraad om te verkennen hoe toegang tot voorzieningen in de jonge jaren structureel verbeterd kan worden, bijvoorbeeld via meer universele voorzieningen.
4. Professionals en arbeidsmarkt
De kwaliteit van kinderopvang en onderwijs staat of valt met de mensen die er werken. Tegelijkertijd sluiten opleidingen, loopbanen en arbeidsvoorwaarden nog onvoldoende op elkaar aan. De BMK vraagt aandacht voor interprofessioneel werken, flexibelere loopbanen en een betere aansluiting tussen opleidingen en praktijk.
5. Samenwerking en integrale kindvoorzieningen
In de praktijk ontstaan steeds meer samenwerkingsvormen, zoals integrale kindcentra. Regelgeving, toezicht en financiering lopen hier echter nog niet altijd in mee. De BMK vraagt om inzicht in randvoorwaarden die duurzame samenwerking mogelijk maken.
6. Brede kwaliteit en inclusie
Ontwikkeling gaat over meer dan cognitieve prestaties. Welbevinden, sociale ontwikkeling en inclusie zijn minstens zo bepalend. De BMK pleit voor een breder kwaliteitskader waarin deze aspecten centraal staan en waarin voorzieningen gezamenlijk optrekken.
Met deze inbreng onderstreept de BMK het belang van een samenhangende benadering van opgroeien en ontwikkelen. Kinderopvang speelt daarin een onmisbare rol: als plek waar ontwikkeling begint, waar verschillen verkleind kunnen worden en waar samen met ouders en partners wordt gewerkt aan een stevige basis voor ieder kind.
Download hier de volledige inbreng van de BMK