Column van Karen Strengers in BBMP nr. juni/juli 2026

De cryptische kop boven dit stuk slaat op het onderwerp dat me bezighoudt: hoe zien onze samenleving en het publieke domein er op lange termijn uit? En wat betekent dit voor de kinderopvang? Aanleiding hiervoor is een uitnodiging van het CAOP om op persoonlijke titel mee te praten over de samenleving van de toekomst en wat we daarvoor nodig hebben.

Het CAOP is de partner voor de publieke sector op het gebied van werken en leren en zet zich daarnaast in voor een sterk openbaar bestuur. De vraag die het CAOP stelt, kent een andere startpositie dan de positie van waaruit we meestal denken en handelen.
Als maatschappelijke kinderopvang denken en handelen wij vanuit onze maatschappelijke uitgangspunten en de strategie die hieruit voortvloeit: kinderopvang is goed voor kinderen, we willen toegankelijk, betaalbaar en inclusief zijn. De kwaliteit moet hoog zijn, we willen kansengelijkheid voor alle kinderen, en partner zijn in het sociaal domein. Dit laatste gebeurt steeds meer en beter. So far so good.

Toekomstschets
Tegelijkertijd verandert onze samenleving en stelt ons daarmee voor nieuwe uitdagingen. Steeds meer mensen met andere achtergronden en andere culturele normen en waarden wonen in ons land. Digitalisering en AI doen iets met onze hersenen.
Kinderen zijn depressief geraakt na corona en door social media. En waar de politiek nog altijd is ingericht op kortetermijnbeleid van wisselende kabinetten, vraagt de samenleving van de toekomst een langetermijnvisie. We moeten onze publieke taken daarom anders organiseren. We zien organisaties uit het maatschappelijk middenveld (zoals PO-Raad, VO-raad, hogescholen, VNG) net als wij druk zijn met het schrijven van manifesten, meedoen aan pilots, het voeren van debatten en reageren op internetconsultaties.
We besteden allemaal onze tijd aan het reageren op wat de overheid over ons heen stort. Natuurlijk moeten we dat doen. Maar, veel belangrijker, we moeten ook de toekomst opnieuw schetsen. Nadenken over wat de toekomstige maatschappij van ons nodig heeft. En welke taken daar voor ons bij horen.

Instrumenteel
Onze samenleving denkt nu vaak nog instrumenteel. Zo wordt bijvoorbeeld het belang van de 21ste-eeuwse vaardigheden voor kinderen gesignaleerd. En wat gebeurt er dan? Het vak burgerschap wordt in het onderwijs gedropt en we gaan weer over tot de orde van de dag. We zijn zo vooral druk met het verzinnen en uitrollen van lapmiddelen. We zouden meer out-of-the-box moeten denken.
Laat kinderen kennismaken met beroepen, laat ze voor ouderen zorgen… Laten we met elkaar nadenken over andere soorten oplossingen, in plaats van aan tools, pilots en rapporten die na afronding weer in een bureaulade verdwijnen. Het is tijd voor een omschakeling van ‘achteraf de boel fiksen’ naar ‘aan de voorkant zaken verbeteren’.

Belangrijker maken
Het is niet zo dat ik meteen hier een kant-en-klare oplossing uit mijn mouw kan schudden. Voor mij betekent out-of-the-box dat we de praktijk belangrijker gaan maken dan het beleid, iets wat Leonard Geluk van de VNG al eerder aangaf. Niet van achtereen bureau plannen bedenken en van boven naar beneden uitrollen, maar observeren wat er in het land gebeurt, daar ruimte voor creëren en de infrastructuur daarop aanpassen.
Ik geloof in parallelle paden. Enerzijds samen de samenleving van de toekomst en de bijbehorende publieke taken schetsen, en tegelijkertijd de ontwikkelingen op de werkvloer verder uitbouwen. Denk hierbij aan sterke lokale teams die op gemeentelijk niveau worden opgezet. Koppel deze aan alle partners die in het sociale domein in de wijk actief zijn. Met elkaar kijken we dan wat er op die plek nodig is. Dit vraagt van ons dat we echt onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voelen en oppakken.
Als dat aanslaat in de praktijk, is het de rol van de overheid om die werkwijze verder te faciliteren en op te schalen. Op veel plekken gebeuren al veel mooie dingen, we doen al best veel – en vaak het goede – maar we zijn ons daar niet altijd bewust van.

Toekomstige generaties
Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid zouden we niet alleen moeten voelen voor de kinderen van nu, maar ook voor de kinderen van onze kinderen. Ook voor de toekomstige generaties. Daarom zouden we alles moeten toetsen aan: is wat we doen in het belang van de kinderen van nu, én in het belang van toekomstige generaties?
Kortom: laten we zowel samen innovatieve plannen maken voor de toekomst, als vanuit de praktijk initiatieven laten ontstaan en die aan elkaar knopen en faciliteren. Daarbij is het onze verantwoordelijkheid als professionals dat we het goede voorbeeld geven.
Bij deze is mijn oproep om op alle niveaus – als betrokken partners binnen het publieke en sociale domein – elkaar op te zoeken en een goede infrastructuur te bouwen om meer en beter met elkaar samen te werken. Want dan kunnen goede voorbeelden in het land zich als een inspirerende olievlek verspreiden.

Karen Strengers, voorzitter BMK

Deel dit nieuwsbericht