In een kring rondom kind en gezin
Column van Karen Strengers in BBMP nr. jan/feb. 2026
Tijdens een kennismakingsbijeenkomst van Jeugdzorg Nederland voor nieuwe Kamerleden viel mij op hoe eensgezind de bijdragen waren vanuit o.a. onderwijs, jeugdzorg, gemeenten en kennisinstituten. Steeds klonk dezelfde oproep: werk integraal, versterk de pedagogische basis en geef professionals ruimte. Niet het kind repareren, maar de omgeving versterken.
De sectoren willen niet nóg een systeem toevoegen, maar bestaande schotten weghalen. Het was opvallend én hoopgevend om te merken hoe breed dit inzicht inmiddels wordt gedeeld. Het woord integraliteit klinkt steeds vaker. In gesprekken met gemeenten, onderwijs, jeugdzorg en welzijn. In manifesten, bouwstenen en beleidsstukken. En eerlijk gezegd: daar word ik blij van. Omdat het eindelijk benoemt wat in de praktijk al lang voelbaar is. Kinderen groeien niet op in domeinen. Gezinnen leven niet volgens beleidsteksten. En professionals werken niet voor één systeem, maar voor mensen. Wie dat serieus neemt, kan niet anders dan domeinoverstijgend denken en handelen.
Wat mij daarbij steeds opnieuw opvalt, is dat elke beweging uiteindelijk begint in de praktijk. Enthousiasme ontstaat bij professionals die samen ervaren dat het anders kan – en het ontstaat niet in beleidsnota’s. Dat vraagt om ruimte, om vertrouwen en om het serieus nemen van hun vakmanschap. Professionals moeten niet alleen meegenomen worden in verandering, maar ook daadwerkelijk gehoord worden. We moeten daarom het vertrouwde patroon omdraaien: niet eerst beleid maken en dan uitvoeren, maar beginnen bij wat werkt in de praktijk en dat vervolgens ondersteunen met beleid.
Dit raakt direct aan het belang van de pedagogische basis waar alle partijen rondom het kind bijdragen aan een veilige, vertrouwde en stimulerende omgeving waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen, hun talenten kunnen ontplooien en gezond en kansrijk kunnen opgroeien. Kinderopvang kent kinderen en ouders door en door en vormt samen met onderwijs een onmisbare pijler in die pedagogische basis. Juist die nabijheid, die dagelijkse aanwezigheid in het leven van kinderen en gezinnen, maakt kinderopvang tot een vanzelfsprekende partner in het versterken van die basis.
Die gedachte zien we terug in de ontwikkeling van sociale en lokale teams. Teams waarin onderwijs, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, sociaal werk en jeugdhulp samen een kring vormen rondom kinderen en ouders. Niet om te repareren wat misgaat, maar om ontwikkeling te stimuleren en mogelijk te maken. Ontwikkeling stopt immers niet bij het klaslokaal maar vraagt om een omgeving waarin meerdere professionals samen verantwoordelijkheid nemen, en waarin die stimulering en ondersteuning niet versnipperd is, maar samenhangend en nabij.
In september vorig jaar was ik betrokken bij de Manifestatie Kansengelijkheid. Gemeenten, scholen, kinderopvang en maatschappelijke partners kwamen daar samen om ervaringen te delen en gezamenlijk stappen te zetten richting meer gelijke kansen voor kinderen en jongeren. De boodschap was helder: nog te vaak bepaalt de plek waar je opgroeit je toekomst. En dat mogen we niet accepteren. Lokale partijen kunnen hierin het verschil maken – mits zij de ruimte krijgen en elkaar weten te vinden. Vertrouwen in de praktijk was daarbij het leidende principe. Zoals Leonard Geluk, voorzitter van de VNG, het verwoordde: laat de praktijk leidend zijn.
Dat vertrouwen moet wat mij betreft niet alleen komen van bestuurders en beleidsmakers, maar ook van toezichthouders en inspecties. Het principe pas toe of leg uit biedt daarvoor een belangrijk houvast. Niet door regels los te laten, maar door ruimte te bieden om gemotiveerd af te wijken wanneer de praktijk daarom vraagt. Dat vraagt om een cultuurverschuiving: weg van beheersen en controleren, en toe naar vertrouwen en professionele ruimte. Want wie te strak stuurt, smoort vakmanschap. En wie zich niet gezien voelt, kan zijn volle potentieel niet inzetten.
Dat besef lag ook aan de basis van de Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord, die door de VNG samen met een brede alliantie van maatschappelijke partners waaronder de BMK, zijn aangeboden aan de formatietafel. Dit zijn bouwstenen die nadrukkelijk zijn gestoeld op uitvoeringskracht en praktijkervaring. Geen abstracte vergezichten, maar een uitnodiging om Nederland weer in beweging te brengen – samen met medeoverheden en maatschappelijke partijen. Integraliteit is daarin geen doel op zich, maar een noodzakelijke voorwaarde om maatschappelijke opgaven werkelijk aan te kunnen.
Die beweging vraagt meer dan andere structuren of nieuwe overlegtafels. Ze vraagt om een verschuiving in waarden. Die waarden zijn er al: vertrouwen, vakmanschap, ruimte en verbinding. Maar we nemen ze nog te weinig serieus als leidend uitgangspunt. We blijven sturen, beheersen en controleren, vanuit het idee dat kwaliteit vooral geborgd wordt door regels. Daarmee doen we precies het tegenovergestelde van wat we zeggen te willen: we smoren het vakmanschap van professionals en isoleren mensen, terwijl we juist verbinding en samenwerking zoeken.
Het verlangen dat daaronder ligt, is universeel. Gezien worden. Ertoe doen. Betekenisvol bijdragen. Wie vertrouwen krijgt, gaat aan. Wie ruimte krijgt om te experimenteren, groeit. Dat geldt voor professionals, maar net zo goed voor kinderen. In die zin raken waarden en praktijk elkaar voortdurend: hoe we organiseren, bepaalt wat er mogelijk wordt.
Daarom moeten we niet alleen blijven praten over visie, maar samen met professionals praktisch aan de slag gaan. In een gelijkwaardige kring, zonder hiërarchie, rondom kind en gezin. Dáár – in die gezamenlijke beweging, gedragen door vertrouwen en vakmanschap – ligt de sleutel tot echte, duurzame verandering.
Karen Strengers, voorzitter BMK