Voortzetting Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang
De Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK) heeft recent 3,36 miljoen euro toegewezen gekregen om de komende vier jaar de kwaliteit van de kinderopvang en gastouderopvang in Nederland te blijven onderzoeken. De middelen zijn beschikbaar gesteld door de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De BMK is verheugd dat dit belangrijke onderzoek een stevig en meerjarig vervolg krijgt!
De LKK wordt uitgevoerd door een consortium van onderzoekers van de Universiteit Utrecht en onderzoeks- en adviesbureau Sardes, onder leiding van bijzonder hoogleraar Pauline Slot. Het consortium is recent versterkt met Ruben Fukkink, bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam.
Met deze subsidie ontstaat er continuïteit in de onderzoeksopzet. Dat is van grote waarde, omdat het mogelijk maakt om ontwikkelingen in de kwaliteit van kinderopvang over langere tijd te volgen en te vergelijken. Langjarige conclusies dragen bij aan een goed onderbouwd debat over de kwaliteit van de kinderopvang, het beleid en de praktijk.
Kennis is onmisbaar om gericht te investeren in kwaliteit
Voor de BMK is monitoring van deze kwaliteit – van zowel kinderopvang als gastouderopvang – van groot belang. Onafhankelijk en zorgvuldig onderzoek laat zien waar de sector staat, waar verschillen optreden en waar verbetering mogelijk is. Die kennis is onmisbaar om gericht te blijven investeren in kwaliteit, in het belang van kinderen, ouders en professionals.
De BMK is dan ook blij dat het vernieuwde onderzoekstraject van start kan gaan. Ook nemen we met enthousiasme deel aan de klankbordgroepen LKK 2026. Vanuit die rol denken we mee over de opzet en duiding van het onderzoek en brengen we het perspectief van de maatschappelijke kinderopvang in.
Wij kijken uit naar de eerste hoofdmeting en naar de verdiepende studies die in de komende jaren volgen. En natuurlijk naar de inzichten die dit onderzoek de sector zal opleveren!
Bron: Universiteit Utrecht