Onlangs stuurde minister Asscher een evaluatieonderzoek en Kamerbrief over Sociaal-Medische Indicatie (SMI) naar de Tweede Kamer. Een belangrijke groep ouders maakt gebruik van kinderopvang op basis van SMI en dito bekostiging. Omdat er een grote diversiteit is aan regelingen tussen gemeenten onderling en niet alle gemeenten over een SMI-regeling beschikken, was dit al langer onderwerp van gesprek in de Tweede Kamer. Met de evaluatie heeft de minister meer inzicht geschapen in de omvang van de diversiteit aan SMI-regelingen.

 

SMI: verantwoordelijkheid van gemeenten

Wanneer ouders niet allebei werken en één van de ouders of beiden daar niet toe in staat zijn, kunnen zij bij hun gemeente een beroep doen op kinderopvang op basis van Sociaal-Medische Indicatie. Gemeenten zijn dan verantwoordelijk voor de financiering van (een deel van) de kinderopvang. Elke gemeente heeft hiervoor z’n eigen SMI-regeling met eigen vereisten en vergoedingspercentages. Kinderopvangorganisaties krijgen vanuit de gemeente financiering voor de opvang van kinderen die vallen onder de SMI-regeling. Gemeenten krijgen op hun beurt een bijdrage voor SMI in het gemeentefonds. Ook voor kinderopvangorganisaties geldt dat er een diversiteit is aan wijzen waarop de kinderopvang – die onder deze regeling valt – wordt betaald.

Met name kinderopvangorganisaties die in stedelijke gebieden actief zijn, hebben regelmatig te maken met kinderopvang op basis van een SMI-regeling.

 

Minister: bekendheid SMI en financiële toegankelijkheid behoeven aandacht

Uit de evaluatie komt naar voren dat de meeste gemeenten een SMI-regeling hebben vastgelegd (87,5% van de gemeenten) en dat er toenemende professionalisering op dit gebied plaatsvindt. De minister constateert echter op basis van onderzoek dat de bekendheid van de regeling nog onvoldoende is en de financiële toegankelijkheid soms ook te wensen overlaat.

 

De bekendheid bij professionals is nog steeds onvoldoende. Dit geldt zowel voor professionals in de zorg, kinderopvang als bij gemeenten. Slechts 43% van de ondervraagden in een enquête onder zorgprofessionals in de vier grote steden is op de hoogte van het bestaan van de SMI-regeling. Een eerdere campagne vanuit het ministerie van SZW heeft de bekendheid vergroot, maar nog niet in voldoende mate.

Om de bekendheid verder te vergroten gaat het ministerie door met het organiseren van bijeenkomsten en het ‘uitventen van best practices’.

 

Meer visie vanuit het Rijk en handreiking VNG

Het ministerie van SZW wil een visie op SMI uiteenzetten die gemeenten helpen bij het maken van lokale keuzes. SZW wil hiermee tegemoet komen aan een wens vanuit gemeenten. Daarbij wordt de VNG gevraagd om ‘niet-bindende richtlijnen’ op te stellen. Gemeenten kunnen deze gebruiken als leidraad voor de uitvoering van het SMI-beleid en de financiële toegankelijkheid worden beschreven.

 

BMK: SMI een maatschappelijk belangrijke regeling

Een groot aantal kinderopvangorganisaties hebben te maken met regelingen op het gebied van SMI. Voor ouders die zich in – vaak lastige – medische of sociale situaties bevinden, zijn de SMI-regelingen erg belangrijk om arbeid en zorg binnen het gezin te combineren of te zorgen voor een meer stabiele gezinssituatie. Maatschappelijk gezien is de SMI-regeling dan ook erg belangrijk en heeft positieve impact op de gezinssituatie in een belangrijk aantal gezinnen. Vergroting van de bekendheid van de SMI-regelingen acht BMK ook van groot belang. BMK zal dit onderwerp ook (nogmaals) onder de aandacht van haar leden brengen en hen informeren over de rol van kinderopvangorganisaties bij SMI.

 

De brief van de minister is hier te vinden.

Deel dit nieuwsbericht