Kansengelijkheid begint niet op de eerste schooldag. Die begint veel eerder.
Kinderopvang wordt nog te vaak gezien als een voorziening die ouders helpt om werk en zorg te combineren. In een gezamenlijk opiniestuk in het Algemeen Dagblad pleiten onze voorzitter Karen Strengers en D66-Kamerleden Anouschka Biekman en Ilana Rooderkerk ervoor om kinderopvang vooral te zien als een pedagogische basisvoorziening voor de ontwikkeling van kinderen.
Aanleiding waren de Kamerdebatten over kansengelijkheid (3 juni) en het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang (25 juni). Beide debatten raken aan dezelfde fundamentele vraag: hoe zorgen we ervoor dat ieder kind een goede start krijgt?
Die vraag is urgenter dan ooit. Uit het recente internationale IELS-onderzoek van de OESO blijkt dat kinderen in Nederland al bij de start van de basisschool grote verschillen laten zien in taal, rekenen en sociaal-emotionele vaardigheden. Die verschillen ontstaan al vóór de eerste schooldag.
Daarom pleiten de auteurs voor kinderopvang van hoge kwaliteit voor alle kinderen en voor een doorlopende ontwikkellijn van 0-13 jaar, waarin kinderopvang en onderwijs samen optrekken. Want kansengelijkheid begint niet op de basisschool, maar in de eerste levensjaren.
Het volledige opiniestuk verscheen op 27 juni in het Algemeen Dagblad onder de titel ‘Maak van kinderopvang een pedagogische opstap’.