Onlangs maakte staatssecretaris Vijlbrief van Financiën bekend dat werkgevers per 1 januari 2021 de vaste reiskostenvergoeding niet meer onbelast mogen uitbetalen voor werknemers die thuiswerken. De beslissing van staatssecretaris Vijlbrief kan ertoe leiden dat veel werkgevers besluiten om volgend jaar te stoppen met het betalen van de vaste reiskostenvergoeding. De werknemer kan dit gaan voelen in zijn portemonnee. De werkgever moet de werknemers op wie dit van toepassing is, tijdig op de hoogte brengen van het feit dat de vaste reiskostenvergoeding stopt. Een werkgever kan dit bijvoorbeeld via de leidinggevende naar voren brengen in een (beoordelings)gesprek aan het einde van het jaar of ervoor kiezen het besluit centraal te communiceren naar de werknemers. Ook is het aan te bevelen de ondernemingsraad te betrekken bij het besluit en eventueel de communicatie.

Geen reiskostenvergoeding meer bij thuiswerken
Deze zomer maakte de Belastingdienst bekend dat werkgevers in 2020 de vaste reiskostenvergoedingen onbelast mogen blijven betalen, ook als de werknemer vanwege het coronavirus thuiswerkt en daardoor geen, of veel minder, reiskosten maakt. Inmiddels heeft de staatssecretaris gemeld dat deze maatregel na 31 december 2020 niet wordt verlengd. Dat betekent dat de werkgever slechts reiskosten onbelast mag vergoeden voor de dagen dat de werknemer daadwerkelijk naar zijn werk reist. Alleen als de werknemer in een kalenderjaar minstens 36 weken of 128 dagen naar de vaste werkplek reist, kan de werkgever nog een onbelaste vaste reiskostenvergoeding geven zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte. Dit zal bij werknemers die regelmatig thuiswerken vaak niet het geval zijn. Uiteraard moet de werkgever ook de nieuwe manier van vergoeden communiceren.

In de actualisatie van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis kan je teruglezen dat de staatssecretaris Vijlbrief laat weten dat deze goedkeuringen alleen gelden voor 2020 en per 1 januari 2021 komen te vervallen.

Deel dit nieuwsbericht