Pointer: Minister geeft gehoor aan pleidooi BMK voor versoepelingen kinderopvang

Minister Van Gennip van SZW liet vandaag in antwoord op vragen van onderzoeksprogramma Pointer weten versoepelingen door te voeren in wet- en regelgeving voor de kinderopvang met ingang van 1 januari 2024. De minister noemde versoepelingen van het vaste gezichtencriterium, de drie-uursregeling en de flexibiliteit in de Bso. Loes Ypma (voorzitter Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang): “Wij vinden het geweldig dat de minister zo vlot gehoor geeft aan het pleidooi van de BMK om versoepelingen die de kwaliteit niet in de weg staan, mogelijk te maken. Want hierdoor ervaren onze pedagogisch professionals minder werkdruk en meer ruimte om te doen waar zij goed in zijn.” Wel hoopt de BMK dat een coulance-regeling vooruitlopend op de wetswijziging, op korte termijn wordt ingevoerd zodat medewerkers snel profiteren van de verminderde werkdruk.

Aanbevelingen en coulanceregeling
De versoepelingen die de minister doorvoert sluiten naadloos aan op de aanbevelingen die de BMK deed per brief aan de minister (3 juni j.l.) naar aanleiding van het evaluatierapport over de wet IKK. Fantastisch nieuws, vindt de BMK dat onze aanbevelingen één op één zijn overgenomen in de versoepelingen van de minister. Daarnaast benadrukt de BMK in de brief met aanbevelingen het belang van doorpakken: ‘Naar aanleiding van deze evaluatie doen we de belangrijke constatering dat de wet niet altijd goed uitpakt voor de kwaliteit van de kinderopvang voor kinderen. Vanuit de maatschappelijke kinderopvang ervaren we sinds de wet IKK helaas in de praktijk op een aantal punten onvoldoende ruimte voor maatwerk en de werkdruk voor werknemers is toegenomen. Door méér regels en administratie voor werkgevers en toezicht is de kwaliteit juist op onderdelen onder druk komen te staan.’

De BMK is heel blij dat de minister nu daadwerkelijk versoepelingen in de wet- en regelgeving doorvoert. Dit kost echter tijd terwijl versoepelingen nu hard nodig zijn in onze sector. Vandaar dat de BMK de minister vraagt om een coulanceregeling in te voeren totdat de wetswijzingen zijn doorgevoerd (met ingang van 1 januari 2024).

Kamerbrief van minister Van Gennip
Op 5 september j.l. verscheen de Kamerbrief Aanpak personeelstekort in de kinderopvang vraagt om gezamenlijke inzet van minister Van Gennip (zie ons eerdere bericht hierover) waarin zij al aankondigde naar aanleiding van de evaluatie van de wet IKK, de meest knellende regelgeving te analyseren en aan te passen. Deze aanpassingen zijn volledig in lijn met de aanbevelingen van de BMK in juni. Minister Van Gennip schrijft op pagina 12 en 13 in de Kamerbrief:

“Voor de volgende aanpassingen lijkt voldoende draagvlak te bestaan en verwacht ik derhalve mogelijkheden om concrete voorstellen te doen:

  1. Vaste Gezichten Criterium (VGC) voor baby’s; het flexibeler invullen van dit criterium.
  2. 3-uursregeling voor de Beroepskracht-kindratio (BKR); door vereenvoudiging van het registreren van de drie uur op een dag waarop afgeweken mag worden van de BKR, in plaats van de 3 uur afwijking van de BKR vooraf schriftelijk vastleggen.
  3. Flexibiliteit in de BSO; meer ruimte creëren voor het organiseren van een divers en uitdagend activiteitenaanbod door een aantal belemmeringen in de kwaliteitseisen weg te nemen.

Vaste Gezichten Criterium (VGC)

In dit kader wordt voor spoor 1 onderzocht of beroepskrachten in opleiding als vast gezicht ingezet kunnen worden. Bij deze aanpassing vind ik het echter van belang dat beroepskrachten in opleiding niet worden ingezet zonder dat zij daar klaar voor zijn en dat ze goede begeleiding krijgen. Daarnaast verken ik of het mogelijk is dat houders op korte termijn meer ruimte krijgen om een andere beroepskracht als vast gezicht in te zetten wanneer een vast gezicht afwezig is.

3-uursregeling

Door vereenvoudiging van het registreren van de drie uur op een dag waarop afgeweken mag worden van de BKR, wordt er meer rekening gehouden met de praktijk van de kinderopvang. Dit komt onder andere ten goede aan de werkdruk, omdat daarmee genoeg handen op de groep aanwezig kunnen zijn wanneer dat nodig is. Ook hoeven dan niet langer voortdurend aanpassingen in de exacte tijden waarop wordt afgeweken van de BKR worden gedaan, waardoor de administratieve belasting van houders afneemt. Een aandachtspunt bij een nieuwe regeling is dat het voor de toezichthouder inzichtelijk moet blijven op welke momenten wordt afgeweken van de BKR.

Flexibiliteit in de BSO

Voor de korte termijn wordt voor de BSO gedacht aan de volgende maatregelen:

  • BKR op locatieniveau berekenen (in plaats van op groepsniveau);
  • eenvoudiger maken om locaties te clusteren tijdens vakantieperiodes en vrije dagen;
  • het inzetten van anders gekwalificeerde medewerkers (bijvoorbeeld op het gebied van sport, muziek, cultuur, etc.) in de BSO.

Deze maatregelen voor de BSO zijn met name ingestoken vanuit het bevorderen van de kwaliteit van de BSO, maar kunnen tevens een bijdrage leveren aan het verminderen van de werkdruk en het arbeidsmarkttekort. Het inzetten van anders gekwalificeerde medewerkers biedt bijvoorbeeld kansen om medewerkers met andere talenten te betrekken bij het activiteitenprogramma van de BSO en kan tegelijkertijd leiden tot een verbreding van het arbeidspotentieel.”

Hoeveelheid regels mede gevolg van hybride karakter sector
Kwaliteit staat centraal bij maatschappelijke kinderopvang: daarom besteden BMK-leden alle middelen aan de kwaliteit en toegankelijkheid van de opvang en vinden geen winstonttrekkingen plaats. Maar omdat de kinderopvang een hybride sector is waar zowel for-profit als not-for profit organisaties actief zijn, zijn strenge regels nodig om perverse prikkels te voorkomen. Immers, puur door geld gedreven beslissingen zijn níet in het belang van het kind. Het feit dat geld onttrokken mág worden aan onze sector, heeft ertoe geleid dat onze professionals in de kinderopvang nu moeten werken met heel veel regels. In onze brief met aanbevelingen juni j.l. schreven wij in onze brief aan de minister: ‘Wij staan achter regels die de belangen van de kinderen én werknemers beschermen en bijvoorbeeld voorkomen dat groepen te groot worden (zoals de BKR). Wij pleiten voor een toekomstperspectief waarin álle winst geïnvesteerd moet worden in de kwaliteit. Zolang dit niet de praktijk is, zal er sprake zijn van overregulering. We denken daarom graag mee over welke regels wél en niét werken in de praktijk.’

Deel dit nieuwsbericht